Grootoorvleermuis

Prooienecho’s filteren tijdens het ontwijken van bomen en bladeren

Navigeren in chaos
Vleermuizen zijn verbluffende dieren met zintuiglijke mogelijkheden waar we ons niets bij kunnen voorstellen. Met hun sonar kunnen ze rondvliegen in complete duisternis, iets dat uilen niet kunnen. Ze kunnen daarbij niet alleen obstakels als bomen of bladeren ontwijken, maar ook prooien detecteren en nauwkeurig het formaat, de afstand en snelheid ervan bepalen.

Tegelijkertijd moeten ze de echo’s van hun prooi filteren uit een wirwar aan geluiden van planten en andere bronnen uit hun omgeving. Daarom zijn de hersenen van vleermuizen op een wijze georganiseerd dat de echo’s op meerdere manieren en in verschillende delen van de hersenen kunnen worden verwerkt.

De sonar
Grootoorvleermuizen maken zachte en korte, ‘klikkende’ sonargeluiden met hun stembanden en zenden deze uit via hun mond. Deze sonar geeft informatie over hun directe omgeving en potentiële prooien die door de lucht bewegen of zich verschuilen onder een blad. De sonarpulsen zijn erg kort, waardoor veel pulsen in korte tijd kunnen worden uitgezonden. Deze hoge frequentie van echo’s geeft gedetailleerde informatie over de omgeving. 

Grootoorvleermuizen jagen tussen bomen, waardoor navigeren op sonar lastiger is. Echter, hun sonaruitrusting gaat gepaard met enorme oren die de allerkleinste terugkaatsing van sonar door wat voor object dan ook opvangen. Ook binnen vleermuizen zijn grootoorvleermuizen uniek, omdat hun oren zelfs de zachte geluiden die prooien zelf maken kunnen detecteren zonder sonar! Zoals bij veel uilen voorkomt een huidflap (de tragus; zie groene pijl) dat directe geluiden uit de omgeving de oren binnendringen zonder eerst tegen het oor te weerkaatsen.

Gevleugelde zoogdieren
Een ander uitzonderlijk kenmerk van vleermuizen is hun vermogen om als enige groep zoogdieren echt te kunnen vliegen. Grootoorvleermuizen hebben grote vleugels en daardoor een lage vleugelbelasting, waardoor ze heel goed op lage snelheid kunnen vliegen. Bovendien zou snel vliegen een uitdaging zijn door de luchtweerstand die de enorme oren opleveren.

De vleugel is niet beperkt tot de armen, maar loopt van tussen de vingers tot aan de achterpoten en staart, met een groot oppervlak dat veel draagkracht in de lucht (lift) oplevert.

Lees verder

Flexibele rug
Vleermuizen vangen prooien niet alleen met hun mond, maar gebruiken ook hun staarthuid om insecten uit de lucht te scheppen. De ruggengraat is daarom erg flexibel, maar de nek maakt deze beweging allereerst mogelijk: ondanks dat vleermuizen met hun snuit vooruit vliegen, zit de nek vast aan de onderkant van de schedel in plaats van aan de achterkant.

Hierdoor is de nek sterk gekromd in rust en normale vlucht, en lopen de luchtpijp en slokdarm niet langs de nek zoals bij vogels, maar van de schedel recht naar het lichaam. Deze aanpassingen maken het mogelijk om prooien uit hun staarthuid te pakken met hun mond.

Aangezien grootoorvleermuizen insecten eten, zoals veel vleermuizen, kunnen ze geen voedsel vinden in de winterkou. Terwijl andere soorten migreren, zoeken grootoorvleermuizen een plek om een winterslaap te doen dichtbij hun zomergebied. Ze kunnen wegkruipen in de kleinste spleten tussen stenen of in bomen.

Om dat te kunnen doen, is hun lichaam extreem afgeplat en is de ribbenkast sterk verwijd naar achteren toe om toch ruimte te geven aan de inwendige organen. Ook ligt de darm naast de maag in plaats van erachter. Bij vrouwtjes is het achterlijf bestemd om ruimte te geven aan het ontwikkelende embryo.

Maaltijden verwerken
Grootoorvleermuizen kunnen relatief grote prooien voor hun formaat vangen, zoals grote nachtvlinders. Ze gebruiken vaste plekken om hun prooien te ontdoen van vleugels en poten en kauwen de lichamen weg met hun scherpe tanden.

Hierbij kunnen ze hun duimen, die doorgaans dienen om te lopen en te klimmen, ook gebruiken om prooien te hanteren. Onder plekken waar prooien worden voorbereid, kunnen vleugels van nachtvlinders zich ophopen.

Leven op z’n kop
Ze vouwen hun enorme oren onder hun vleugels wanneer ze rusten, waardoor de oren ook in de winterslaap beschermd zijn tegen vorst en uitdroging. De achterpoten van vleermuizen zijn gedraaid, zodat hun sterk gekromde nagels grip kunnen krijgen op een plafond als ze ondersteboven hangen, met hun kop naar de grond.