Zwarte specht

Hoe een lichtgewicht vogel moeiteloos hout hakt

Bomen klimmen
Zoals veel spechten zijn zwarte spechten aangepast aan een verticaal leven, hangend aan boomstammen en takken. In tegenstelling tot zoogdieren die klimmen, zoals boommarters of eekhoorns, zijn spechten uitgerust met enorm sterke en grote, scherpe nagels, die buitengewoon hoog zijn om grote krachten bij grip te weerstaan. 

Bij spechten zijn twee tenen naar achteren gericht en twee naar voren, terwijl bij de meeste vogels drie tenen naar voren en één naar achteren wijst. Om nog betere steun om een dikke boom te krijgen, kunnen de buitenste achtertenen naar de zijkant worden geplaatst om zijwaartse kanteling langs de stam te voorkomen.

De staartveren zijn erg stug en dienen als derde steunpunt, waardoor de specht een stevige houvast tegen de boom heeft als de specht erop los begint te hakken.

Manoeuvreren
Zwarte spechten hebben brede, korte vleugels met slagpennen die gespreid staan als ‘vingers’, waarmee ze van boom naar boom te kunnen vliegen met een behendige vlucht. Deze vingers zorgen voor een lagere luchtweerstand op de vleugelpunten en kunnen bijdragen aan behendige manoeuvres.

Roffelen
Ongeacht het seizoen leven zwarte spechten voornamelijk van mieren en de larven van boktorren. Met name de boktorlarven leven verstopt in boomstammen, waaruit ze moeten worden bemachtigd door te hakken. Zwarte spechten nestelen in grote boomholtes die ze zelf uithakken. Om hout weg te beitelen is een stevige snavel nodig. Verrassend genoeg lijken de boven- en ondersnavel afzonderlijk van elkaar zwak, maar zodra de kaakspieren worden aangespannen en de ondersnavel licht naar voren wordt geduwd, verandert de snavel in een stevige beitel.

Lees verder

Zodra de snavel de boom raakt tijdens het hakken, worden bijna alle schokken van de klap via de onderkaak afgevoerd om de kop en de hersenen van deze krachten vrij te houden, waarna ze worden doorgegeven aan de nek en rug. De wervels en spieren van de nek en rug zijn sterk gebouwd, en het eerste paar ribben is bijna 3x zo dik als de andere ribben. Dit eerste ribbenpaar biedt aanhechting aan spieren die het hakken mogelijk maken, maar ook een sterke basis om de schokken te kunnen opvangen.

Uiteindelijk wordt een deel van de schokken door de poten geabsorbeerd, en het restant door de staartveren die tegen de boomstam zijn gedrukt. Het staartbeen en de staartspieren zijn extreem groot en zwaar gebouwd, zodat de staart schrap kan worden gezet om steun te bieden en om de schokken van het beitelen te kunnen geleiden.

Voedsel verwerken
Als al het hakken heeft geresulteerd in een blootgelegd hapje, kan de specht de prooi eruit trekken met zijn tong. Door de tongbeenderen uit te strekken, kan de punt van de tong tot wel 7 cm voorbij de snavelpunt worden uitgestoken. In rust krullen de tongbeenderen om de schedel heen vanaf de basis van de tong tot in de neusgaten!

Haakjes aan het eind van de tong worden gebruikt om insectenlarven uit hun gangen te grijpen. De speekselklieren zijn sterk ontwikkeld om een plakkerig slijm te produceren op de tong, waaraan mieren en andere kleine insecten blijven plakken.

Omdat het dieet bestaat uit eiwitrijke insecten, welke gemakkelijk te verteren zijn, is de maag niet gespierd en zijn de anatomische eigenschappen van het verteringsstelsel eenvoudig.